SCHREEUW
In deze beelden komt de mens onder druk te staan. Het lichaam botst op grenzen, gezichten openen zich of worden onleesbaar, beweging verliest richting. Wat zichtbaar wordt, is geen handeling maar een innerlijke toestand: spanning die geen uitweg vindt.
Frank raakt hier aan een existentiële lijn die teruggaat tot Edvard Munch, niet in het iconische gebaar maar in de ervaring van overdruk: angst, isolatie, het gevoel dat de wereld te luid wordt. De mens verschijnt niet als identiteit, maar als breukvlak.
Deze beelden schreeuwen niet altijd luid, maar altijd onontkoombaar.
Wat zich toont, is een moment van ontlading.
Een selectie uit de reeks Klik om te vergroten
Wat zich op het glas aftekent, vindt een echo in de hand.
Water tekent wat leeft.
De vingers grijpen alsof ze het wegglijdende moment willen vasthouden.
Wat begint als gratie, eindigt in klauw.
De vingers verharden tot een greep zonder doel.
Ze tasten in een leegte die niets teruggeeft.
Het licht verdeelt het lichaam zonder genade.
Wat leeft en wat sterft worden zichtbaar tegelijk.
Het gezicht verliest zijn greep op het leven.
Het alziende oog wordt in geometrie gedwongen.
De blik verliest zijn vrijheid.
Zien wordt een constructie.
Het beeld draagt een stille dans met het einde.
Het geel legt zich op de hals als een verfijnde glans.
Zelfs in de dreiging blijft schoonheid aanwezig.
Het beeld laat zich niet temmen.
Wat verschijnt, lijkt uit een droom te zijn losgerukt.
Angst krijgt hier een gezicht.
De beweging draait verder, onverschillig.
Bovenaan zwiert het leven in elegante banen.
Onderaan wacht wat alles terugneemt.
De blik weigert te zien.
Wat zich aandient, wordt teruggeduwd.
De afwijzing zelf wordt luid.