REFLECTIES
In deze beelden verschijnt de werkelijkheid niet als vast gegeven, maar als verschuiving. Gezichten, lichamen en omgevingen schuiven over elkaar heen, gefilterd door glas, beweging en tijd.
Die houding herinnert aan Gerhard Richter, voor wie vervaging geen tekort is maar een vorm van waarheid. Ook René Magritte is nabij, in de vraag naar wat we eigenlijk zien wanneer we kijken. Wat verschijnt, is niet de werkelijkheid zelf, maar haar verschijning.
De mens wordt geen centraal onderwerp, maar een echo.
Wat zichtbaar wordt, is niet het beeld, maar het kijken zelf.
Een selectie uit de reeks Klik om te vergroten
Het beeld opent met een uitnodiging.
Een tweede laag trekt die meteen weer terug. Wat rest is een verlangen dat blijft hangen.
Eén blik richt zich naar buiten, vol verwachting en gerichtheid.
De andere keert naar binnen en botst op zijn eigen grenzen.
Tussen beide groeit een spanning die het gezicht draagt.
Twee richtingen kruisen elkaar in één gezicht.
Wat naar buiten kijkt, vangt het licht; wat zich naar binnen keert, blijft in schaduw.
Samen houden ze het beeld in spanning.
Alles vertrekt vanuit de ogen.
Het rood snijdt door het beeld als bloed, als teken van leven en kwetsbaarheid.
Wat zich daarover aftekent, blijft een laag die niet binnendringt.
Het gezicht wordt overschreven.
Een banale realiteit schuift ervoor.
Wat menselijk is, raakt ondergesneeuwd.
Alles is aanwezig om gezien te worden, behalve het gezicht zelf.
De verberging is geen verlies, maar een keuze.
Zo blijft wat vanbinnen leeft buiten bereik.
Lippen en nagels delen dezelfde intensiteit.
Wat zacht oogt, toont ook zijn klauwen.
Wat aantrekt, draagt de belofte van pijn.